Coop Tour Duitsland 2016 - De energietransitie in handen van burgercoöperaties

In maart 2016 bezocht Coopburo, samen met een groep van 22 personen, drie duurzame energiecoöperaties in Noord-Rijnland-Westfalen, een van de 16 deelstaten van Duitsland, het land waar meer dan 130.000 burgers via meer dan 800 coöperaties actief meewerken aan de Duitse energietransitie (zie fiche hiernaast).

De coöperatie BürgerEnergie Rhein-Sieg eG: burgers plaatsen zonnepanelen op publieke gebouwen

In de streek van Rhein-Sieg, ontvangen Thomas Schmitz en Thomas Zwingmann, twee leden van de burgercoöperatie BürgerEnergie Rhein-Sieg, ons in het seniorencentrum van het dorp. De coöperatie huurt publieke ruimtes om er zonnepanelen te installeren. In december 2015 plaatste de coöperatie 1000 zonnepanelen op het dak van het seniorencentrum. Dit is al het negende project van deze coöperatie, en het meest recente van de projecten die we op deze studiereis bezochten. Hun eerste project dateert van 2011.

De basiskosten zijn identiek voor alle installaties, de grote projecten zijn dus het meest rendabel“, vertelt Thomas Schmitz ons. “We trachten de zonnepanelen zo veel mogelijk te installeren waar de productie maximaal ter plaatste kan gebruikt worden”. Het verkopen van energie aan het distributienetwerk net zoals het kopen ervan is duur (resp. 0,10 euro/kWh en 0,26 euro/kWh). Zo wordt 75% van de elektriciteitsbehoeften van het centrum ingevuld. De rest wordt verspreid aan de leden, die voor de aankoop van deze groene energie een vaste jaarlijkse korting genieten. Ook niet-leden kunnen de energie aankopen, maar krijgen geen korting.

De coöperatie bestaat uit 120 leden, waarvan 84% burgers zijn, die samen 507.000 euro kapitaal inbrachten. Eén deel kost 1000 euro. De overige 16% bestaat uit ondernemingen, acht gemeentes, een vereniging en een bank. De meeste leden zijn ouder dan 50 jaar. Schmitz: “Deze leeftijdscategorie is kapitaalkrachtig en is bereid te investeren voor de toekomstige generaties.” De projecten worden voor 20% gefinancierd door eigen middelen en voor 80% door een banklening.

De Algemene Vergadering is democratisch (volgens het principe: een man = een stem) en bestaat uit alle leden. Deze kiezen een Toezichtsraad die op zijn beurt de leden van de Raad van Bestuur kiest. Deze bestaat uit niet-bezoldigde leden met verschillende en aanvullende competenties (een financieel expert, een ingenieur, een architect, …) die garant staan voor het slagen van de projecten.

De coöperatie Bioenergiedorf Wallen eG: 90% van het dorp is klant en eigenaar van het warmtenetwerk

In de namiddag trekken we naar een landelijker en groener decor. Sinds 2012 zijn 500 inwoners van het dorp Wallen volledig energieonafhankelijk. Een netwerk van bijna 5,5 km verwarmt 90% van de huishoudens van het dorp. De overige 10% wenste niet aan te sluiten, beschikte al over een geothermisch systeem of bevindt zich te ver van het netwerk (> 1,5 km). De haalbaarheidsstudie wees uit dat minstens 80% van de burgers moest participeren om het project te kunnen realiseren. Het netwerk is berekend op een bepaald debiet dat niet kan overschreden worden.

Belangrijk detail: de Duitse wetgeving verplicht burgers te investeren in de isolatie van hun huizen, behalve wanneer ze duurzame energie gebruiken.

We werden er onthaald door enkele bewoners die ons enthousiast en met passie hun coöperatieve burgerproject voorstelden. De eerste initiatieven dateren van 2010, het heeft twee jaar geduurd om het project uit te werken en slechts zes maanden om de hele installatie te bouwen. Arnold Donner:

Je krijgt slechts één keer de kans om je project voor de eerste keer voor te stellen. We hebben ons dus goed voorbereid in een kleine werkgroep en we hebben drie verschillende bureaus gevraagd een haalbaarheidsstudie te doen. Alvorens het project voor te stellen aan de dorpsbewoners waren we volledig overtuigd.”

Bioernergiedorf Wallen is een coöperatie die aan haar leden verwarming op bio-energie aanbiedt in ruil voor een kapitaalinbreng van 2500 euro, de kost van de installatie per huis. Het dorp is voorzien van drie netwerken: één op biogas, één op biomassa en één op stookolie.

Voor het biogasnetwerk (netwerk op basis van gas bekomen door fermentatie en methanisering van organisch materiaal) werkt de coöperatie samen met een landbouwer in het dorp, Wilhelm Seemer. Als de biogasproductie niet voldoende is, wordt overgeschakeld op een warmtekrachtkoppelingscentrale op basis van biomassa (het geheel van organisch materiaal, zowel dierlijk als plantaardig). Wallen creëert biomassa op basis van suikerbieten, uitwerpselen, plantaardig afval en aangekochte houtsnippers, afkomstig van houtkanten of van bossen. Door de zachte winters van de laatste jaren verbruikte de coöperatie slechts 1000 à 1500 m³ houtsnippers per jaar. In geval van extreme nood heeft het dorp een stookolieketel. De prijs van de stookolie, zelfs nu die op een heel laag niveau staat (4,7 eurocent/kWh), is bijna twee keer zo hoog als de prijs van bio-energie (2,5 eurocent/kWh). Te vermijden dus …

Om dit project te verwezenlijken hebben 108 leden (één huis = één installatie = één lid) samen 300.000 euro opgehaald (15% van het benodigde kapitaal). De coöperatie heeft verschillende subsidies ontvangen voor een totaal bedrag van 630.000 euro. Gezien de totale kostprijs van het project 1,8 miljoen euro bedroeg, werd de rest gefinancierd via een banklening. Het voorleggen van intentieverklaringen, getekend door de geïnteresseerde bewoners, heeft hierbij zeker geholpen om de bank te overtuigen. Momenteel worden de winsten aangewend om de lening terug te betalen. In 2023 zal de lening volledig terugbetaald zijn en is de coöperatie van plan de energieprijs voor haar leden te verlagen.

De leden krijgen geen dividend, maar een restorno, d.i. een terugstorting (op basis van hun verbruik) van de winst als die hoger is dan verwacht. Een te hoge winst betekent nl. dat de leden een te hoge prijs betaalden.

Net zoals bij de eerste coöperatie die we bezochten, wordt ook Wallen democratisch en vrijwillig beheerd volgens het principe één man = één stem (zelf voor leden met meerdere huizen en dus meerdere aandelen). De Raad van Bestuur bestaat uit 15 personen (niet-bezoldigde leden) die diverse en aanvullende competenties en kwalificaties hebben. Ook de gemeente zelf is lid van de coöperatie en biedt het gratis gebruik van het netwerk aan.

De coöperatie Bioenergiedorf Jühnde: door energieonafhankelijkheid blijft 350.000 euro per jaar in het dorp

Op de tweede dag van onze studiereis trokken we meer oostwaarts om het allereerste bio-energiedorp van Duitsland te ontdekken: Bioenergiedorf Jühnde. Dit dorp werd in 2000 door de Universiteit van Göttingen uitgekozen voor een project voor het verlagen van de CO2-uitstoot omwille van haar potentieel: 750 inwoners, zeven boerderijen in de nabijheid, 1300 ha velden en een bos van 800 ha.

De heer Paffenholz, een van de bewoners van Jühnde, vertelt ons de hoe dit project tot stand gekomen is.

Omdat het een pioniersproject was, moesten de dorpsbewoners eerst overtuigd worden. Er gingen veel vergaderingen aan vooraf om hen te informeren en hun vragen te beantwoorden. In 2001 werd een stuurgroep opgericht met acht leden met een mix van competenties (een financieel expert, de burgemeester, de leden van de projectgroep van de universiteit, en een economist). In 2002 werd een onderneming opgericht om het initiatief te dynamiseren bij de dorpsbewoners. Twee jaar later werd de coöperatie opgericht. Een bewuste keuze, omdat ze de macht aan de bewoners zelf wilden geven en niet aan enkele kapitaalkrachtigen.

De kracht van een coöperatie zijn de mensen. Het heeft heel wat overtuigingskracht gekost om de bewoners uit te leggen wat het betekent consument en eigenaar tegelijk te zijn, en om hen zelf de handen uit de mouwen te doen steken.”

vertrouwt de heer Paffenholz ons toe. Zo’n coöperatief project brengt terug dynamiek in slaapdorpen.” Er zijn acht werkgroepen: voor het biogasstation, voor de energiestations, voor het verwarmingsstation, voor het hout, voor het netwerk, voor de technologie in de huizen, voor de public relations en voor het beheer.

Uiteindelijk hebben 144 huishoudens zich aangesloten bij de coöperatie, d.i. 75%. De overige 25% hebben nieuwe woningen en zijn dus nog niet geïnteresseerd in het vervangen van hun bestaande verwarmingsketel. Vandaag telt de coöperatie 195 leden (144 consumenten en andere investeerders). De argumenten die hen overtuigden zijn: een steentje bijdragen aan de vermindering van de CO2-uitstoot, energieonafhankelijk worden en een financieel voordeel doen (350.000 euro per jaar voor het geheel van de aangesloten bewoners van Jühnde).

In het begin telde de coöperatie drie installaties: een biogas-centrale, een warmtekracht-koppelingscentrale (op basis van houtsnippers) en een stookolieketel. De biogascentrale stuwt de warmtekrachtkoppelingscentrale aan. De elektriciteit wordt op het netwerk gezet en de warmte – normaal gezien een residueel product – wordt gebruikt om de huizen te verwarmen. Zo wordt 50% extra elektriciteit geproduceerd t.o.v. een normale energiecentrale. De tweede warmtecentrale wordt geactiveerd als de productie van de eerste onvoldoende is. De stookolieketel wordt enkel gebruikt in wat het dorpsjargon omschrijft als ‘peak heating system’, nl. bij extreme nood of koude. Hierdoor kunnen ze zich indekken tegen uitzonderlijke weersomstandigheden, omdat geen enkel van de aangesloten huizen nog een individuele ketel heeft.

Door de nabijheid van de landbouwers, is de langste distributieafstand slechts 3 km. Van de 1300 ha beschikbare velden wordt slechts 300 ha gebruikt voor het produceren van biogas. Deze is afkomstig van 60% maïs, 35% triticale gewassen en 5% grassen. Het gebruikte hout voor de warmtekrachtkoppelingscentrale komt van houtsnippers van de 800 ha bos in het dorp en van aangekocht hout van houtkanten.

De eerste installatie (biogas) produceert 716 kWh elektriciteit en 700 kWh warmte. Dit voldoet aan 60% van de noden van het dorp. De overige 40% worden voor 35% geleverd door de warmtekrachtkoppeling op basis van hout. 5% van het warmtenetwerk komt van de mazoutketel, maar enkel bij uitzonderlijk lage temperaturen (vanaf -10° C). Net zoals in Wallen is de warmtekrachtkoppeling niet actief in de zomer. Toch is de energieproductie van de biogascentrale hoger dan het verbruik van het dorp. Het teveel aan energie wordt gebruikt om de houtsnippers voor de warmtekrachtkoppelingscentrale te drogen.

Het dorp, ook al is het niet helemaal energieonafhankelijk voor haar elektriciteit, is dat dus wel voor haar verwarmingsnoden.

Om de installaties te beheren heeft de coöperatie twee fulltime dorpsbewoners aangeworven. De Raad van Bestuur vergadert een keer per maand over eventuele nieuwe projecten, de financiële situatie en de investeringen van de coöperatie. De human ressources van deze burgercoöperatie worden dus optimaal benut.

De investeringskost van de installaties was aanzienlijk: 5,3 miljoen euro, verdeeld als volgt: 1,5 miljoen euro voor de installatie van het warmwaterdistributienet, 2 miljoen euro voor het biogasstation, 0,7 miljoen euro voor de warmtekrachtkoppelingscentrale en 1,1 miljoen euro voor de algemene installaties.

Net zoals in Wallen was de financiering mogelijk via drie bronnen: de kapitaalinbreng van de leden-dorpsbewoners (500.000 euro in totaal en minimaal 1500 euro per lid, zijnde die delen van 500 euro), diverse subsidies en overheidssteun (1,5 miljoen euro van het FNR – Ministerie van Landbouw, de regering van het district Göttingen, EU – Leader+ en de regering van de deelstaat Nedersaksen). En ten slotte een banklening van 3,3 miljoen euro.

Bewust van het feit dat de groene energieprijs binnen 10 jaar zal stijgen (zie fiche hiernaast: de wettelijk bepaalde prijs staat vast voor 20 jaar en de coöperatie heeft al 10 jaar van dit voordeel kunnen genieten), heeft de coöperatie nu reeds het voortouw genomen om zich in te dekken tegen het verliezen van overheidssteun in de toekomst. Zo heeft de coöperatie al geïnvesteerd in de aanschaf van twee bijkomende warmtekrachtkoppelingscentrales. Deze zullen samen bijkomend 1000 kWh produceren. Deze nieuwe investeringen worden gedragen zonder overheidssteun.

De coöperatie heeft ook een ultrageluidssysteem aangekocht. Ultrageluid kan nl. het fermentatieproces bevorderen. Dit systeem en de twee bijkomende centrales hebben samen bijna 2 miljoen euro gekost.

Laat ons eens de kosten per bewoner bekijken. Elk huishouden beschikt over een meter om zijn jaarlijkse energieverbruik op te meten. Elk huishouden betaalt een vaste prijs van 500 euro per jaar + 0,06 euro per verbruikte kWh. De familie Paffenholz (onze gids) verbruikt ongeveer 22.000 kWh per jaar. De prijs per jaar voor deze familie is dus ongeveer 1820 euro. Om hun energieverbruik beter te kunnen controleren, beschikt elk huishouden over een ‘intelligente meter’ die d.m.v. een controlelampje aangeeft welke energiebron ze op welk moment gebruiken.

Dat Jühnde, dankzij haar 10 jaar ervaring in bio-energie, een voorbeeldfunctie heeft, is wel duidelijk. Zo werd de heer Paffenholz twee jaar geleden uitgenodigd in Fukushima om de expertise van Jühnde te delen. En de Duitse regering selecteerde het dorp voor een pilootproject over e-mobiliteit. Enkele families hebben hier aan deelgenomen, waaronder de familie Paffenholz. De bedoeling is om elektrische wagens te delen tussen de bewoners zodat een huishouden geen tweede wagen meer nodig heeft. Bovendien verbruiken ze zo op een slimme manier de elektriciteit die ze zelf hebben geproduceerd. Ze kunnen immers de wagens ‘s nachts opladen als de vraag laag is. De familie Paffenholz is al van plan hun tweede wagen te verkopen.

Besluit

Wat staken we op van deze leerrijke en inspirerende reis? Wat zijn de sleutels voor het succes van zulke burgerinitiatieven? Enkele ingrediënten lijken ons alvast onontbeerlijk:

    • Vertrek van een sterk verhaal, een goed uitgewerkt dossier en start dan een duidelijk proces op met alle betrokken personen.
    • Zorg voor een sterk coöperatief model waarbij de gebruikers eigenaar zijn. Zo staan van in het begin alle neuzen in dezelfde richting. En het creëert een sterke band tussen de coöperanten.
    • Mobiliseer zoveel mogelijk de human ressources van het dorp in functie van hun tijd en hun competenties.
    • Zoek steun en vertrouwen bij overheidsinstanties en banken.

Meer weten

info@coopburo.be of 016 27 96 88

Coop Tour is een initiatief van Coopburo, de coöperatieve dienstverlener van Cera.

Lees ook ons verslag van Coop Break over de energietransitie met Marie Donnely van de Europese Commissie en Dirk Vansintjan van REScoop.eu in oktober 2015

Praktische informatie

Dit event gaat door op donderdag, 17 maart om 07.00u en eindigt op vrijdag, 18 maart om 19.00u.


Downloads

Foto's
Deel dit event


dorp- en buurtcoöperaties

Coop Explore - het verhaal achter Malempré, een dorp dat zich verwarmt via hun warmtenet en twee coöperaties

Dorpenbeleid, praktisch bekeken - dorpscoöperaties: wat en meerwaarde? - Leuven

Infosessie buurt- en dorpscoöperaties - Stevoort (Hasselt)

Infosessie buurt- en dorpscoöperaties - Wuustwezel

Coop Tour Duitsland 2016 - De energietransitie in handen van burgercoöperaties