Documentatie

Samenwerken in een agrarische coöperatie, meer dan 'iets samen doen'

Dit artikel werd initieel gepubliceerd op FarmCafe.



Vaak moesten producenten urenlang onder de verzengende zon wachten op een bereidwillige koper, terwijl deze met de collega-handelaars in een van de vele marktcafés rustig een kaartje aan het leggen was. Voor elk uur dat verstreek, kon hij immers een lagere prijs, soms tot 1,50 frank per kg minder, op de rijpende kersen bedingen. (Een Gouden Klok-Huis, 1939-1997)

Sint-Truiden, 1939. De maat was vol: de fruitveiling werd opgericht. Boeren wisten maar al te goed dat het beter was de handen in elkaar te slaan en zelf het initiatief te nemen. Zo konden ze het aanbod bundelen via hun coöperatie om hun onderhandelingspositie te versterken.

Duitsland, ca. 1850. Friedrich Wilhelm Raiffeisen introduceerde het coöperatieve ondernemingsmodel bij de boeren in zijn gemeente. Hij initieerde niet alleen het idee van een coöperatieve bank voor de boeren, maar ook coöperaties van boeren die samen aankochten of vermarktten.

Is een coöperatie nog iets van ‘dezen tijd’? Misschien meer dan ooit.

België, 2015. Heeft het coöperatieve ondernemingsmodel nog steeds een meerwaarde voor boeren?

Misschien heeft dit model nog meer waarde dan ooit. In tijden van heel volatiele prijzen en waarin innovatie en ondernemerschap belangrijk zijn, kan je maar beter samenwerken. Enkele cijfers:

  • In België tellen we minstens 300 agrarische coöperaties volgens Profielschets Coopburo-KHLeuven, al zijn het er in de praktijk veel meer. In Europa tellen we er 22.000, volgens een onderzoek van Cocega.
  • Belgische boeren richten nog steeds nieuwe coöperaties op.
  • En wellicht nog indrukwekkender: 50 % van de Europese boeren, en zeker van de Belgische, zijn lid/vennoot/coöperant/aandeelhouder (deze termen betekenen hetzelfde – we spreken verder over leden) van een agrarische coöperatie. Het marktaandeel van coöperaties in België bedraagt in de diverse sectoren 30 tot 85 %, volgens een Europees onderzoek onder leiding van de WUR.

Ook Europa en Vlaanderen zijn overtuigd. Ze geloven er niet alleen in, ze stimuleren het ook: het nieuwe GLB (Gemeenschappelijke Landbouwbeleid 2014-2020) maakt producentenorganisaties (PO’s) mogelijk in alle landbouwsectoren en wil dit model financieel ondersteunen. Guy Lambrechts van het departement Landbouw & Visserij trekt volop mee aan de kar en schreef ‘Coöperaties en producentenorganisaties - een doorlichting’, een inspirerende publicatie over PO’s.

Een coöperatie: meer dan een samenwerkingsverband

In essentie is een coöperatie een organisatie van mensen die ervoor kiezen hun krachten te bundelen. Dat is het belangrijkste, maar dat maakt nog geen coöperatie. Een coöperatie is een apart ondernemingsmodel met een unieke dynamiek:

Coöperaties zijn ondernemingen waarbij het vervullen van de gemeenschappelijke behoefte(n) van hun leden via (betalende) dienstverlening centraal staat. Het lid investeert kapitaal in de vennootschap omwille van de verwachte dienstverlening, en niet in de eerste plaats omwille van het verwachte dividend, zoals bij andere bedrijfsmodellen.

Als bijv. boeren via hun coöperatie hun producten vermarkten, moet die coöperatie niet zoveel mogelijk winst maken, maar wel de best mogelijke prijs voor die producten krijgen. Dat zal zeker niet altijd de hoogste zijn, maar in slechte tijden ook niet de laagste. Dat is het wederzijdse engagement dat nodig is.

In België krijgt een coöperatie de vorm van een coöperatieve vennootschap, meestal met beperkte aansprakelijkheid. Moet elke samenwerking dan een vennootschap worden? Neen, zeker niet, maar als die samenwerking een eigen identiteit heeft (eigen naam) en behoefte heeft aan kapitaal (investeringen) en bedoeld is voor de lange termijn, dan wellicht wel.

Er zijn ook samenwerkingen die eerst starten als een losser samenwerkingsverband en dan doorgroeien richting coöperatie. We denken bijv. aan Tomabel of DistriKempen.

Enkele inspirerende ideeën en voorbeelden om coöperatieve plannen te brouwen voor de uitdagingen van vandaag en morgen

1. Er zijn niet alleen grote coöperaties, coöperatief ondernemen kan ook met enkelen

De meest gekende coöperaties in land- en tuinbouw zijn deze met heel veel leden: denken we aan de veilingen of grote zuivelcoöperaties. Zij zijn niet alleen gekend omdat ze zo groot zijn, maar ook omwille van hun indrukwekkende geschiedenis en verdiensten. Boeren die met hun bedrijfsvoering aansluiten bij een dergelijke coöperatie, moeten niet twijfelen. Het is net die schaal die hen krachtig maakt.

Maar als je een apart product op de markt wil, dan kan je misschien beter met enkelen de krachten bundelen. Zo verenigen 40 biologische geitenhouders zich in de Organic Goatmilk Cooperation. Hun intense samenwerking zorgde er voor dat hun prijs steeg. En het kan met nog minder: de vier boerinnen van Fromagerie des Tourelles maken samen kaas in een middeleeuws kasteel. Of Belchanvre, een coöperatie van hennepboeren.

2. Je kan meer doen dan het aanbod bundelen, ga samen op zoek naar toegevoegde waarde

"Niet ondergaan, maar ondernemen", adviseert professor agro-marketing Xavier Gellynck (UGent) in een interview met Vilt. En hij geeft twee richtlijnen mee: boeren moeten vat krijgen op de keten en zelf toegevoegde waarde creëren.

Om die visie in een ondernemingsplan te gieten, heeft het coöperatieve model zonder meer verschillende voordelen. Bekijk maar eens de strategie van de 2700 leden-leveranciers van Milcobel. Om innovatieve, gesofisticeerde voeding te produceren, werk je beter samen.

Maar het kan ook kleinschaliger. Een mooi voorbeeld vinden we in de buurt van Lille ‘Au Panier Vert’: een winkel met 16 voltijds equivalente werknemers die sinds 1986 uitsluitend producten verwerkt en verkoopt van de eigen leden: 27 boeren. De toegevoegde waarde die gecreëerd wordt blijft volledig binnen de coöperatie. En die keten is wel heel kort.

3. Je kan meer doen dan vermarkten via een coöperatie, je kan samenwerken rond alle aspecten van je bedrijfsvoering

Operationeel, tactisch, strategisch. Je kan eens nadenken over al je bedrijfsactiviteiten en nagaan of je voor sommige zaken niet beter samenwerkt. Enkele voorbeelden:

  • De samenaankoop van energie, zoals de WOM of het gezamenlijk verwerken van mest , zoals Bio-Kempen.
  • Rond verbredingsactiviteiten, zoals energie-ontwikkeling. Een mooi voorbeeld vinden we in het Belgisch-Luxemburgse Malempré. Een coöperatie van enkele boeren zorgt voor de energie voor het lokale warmtenetwerk, dat op zijn beurt in handen is van een coöperatie waarvan de dorpsgenoten lid zijn. Ook AgroǀAanneming is an sich een coöperatie die samen met boeren dergelijke activiteiten opzet.
  • Waarom niet meer machines en andere bedrijfsmiddelen delen via een machinering? Hoe komt het dat er in ons land zo weinig machineringen zijn en in Frankrijk 11.500 waarbij 50 % van de boeren aangesloten is? Ligt het aan het verschil in (bedrijfs)cultuur, het weer, ...? In België zijn er ook performante voorbeelden, zoals Agraco.

4. Werk samen met andere coöperaties

Een zuivelcoöperatie die samen werkt met een coöperatie van streekproducten? Beide ondernemingen begrijpen elkaar ondernemingsmodel. De kans op een succesvolle samenwerking is wellicht net iets groter.

5. Er zijn niet alleen coöperaties van en voor producenten onderling, al gedacht aan een coöperatie van boeren en consumenten? En misschien zelfs anderen?

Zes kaasmakers, drie melkboeren en zestig klanten samen in een coöperatie, werkt dat? Blijkbaar wel, de coöperatie het Hinkelspel bestaat al meer dan dertig jaar. De vennoten kijken samen met de melkboer, die ook lid is, naar de kostprijs van de melkproductie en bepalen zo samen de prijs.

Klinkt dit niet als het ultieme model om consument en producent dichter bij elkaar te brengen? En zo zijn er nog mooie voorbeelden van consumenten en producenten in een coöperatie. We beweren niet dat dit een wondermiddel is, dat het gemakkelijk of voor iedereen weggelegd is, maar het kan blijkbaar wel. Bioforum bracht er onlangs een inspirerende brochure over uit: ‘Samenwerken in de korte keten’.

Uiteraard is coöperatief ondernemen niet gemakkelijk en zijn er veel hindernissen, maar het blijft de moeite waard. En Coopburo denkt met jou mee over de uitdagingen en moeilijkheden van het coöperatieve model. ‘Wil je snel gaan, ga dan alleen: wil je ver gaan, ga dan samen.’

Hannes Hollebecq, Coopburo

Meer weten?

Vragen over onze adviesverlening, vormingen en activiteiten zoals ervaringsuitwisselingen met agrarische coöperaties: info@coopburo.be - 016 27 96 88

Lees de publicatie van Guy Lambrechts, departement Landbouw & Visserij, ‘Coöperaties en producentenorganisaties - een doorlichting’. Meer dan de moeite waard.

Met vragen over lossere samenwerkingsverbanden in de agrarische sector kun je terecht bij het Innovatiesteunpunt.




Bijkomende informatie

Een artikel van Hannes Hollebecq, Coopburo (mei 2015)

Downloads

Er zijn geen downloads beschikbaar.